zaterdag 28 februari 2015

locatie

☆     ☆     ☆     ☆     ☆

het bed een slagveld
oud zeer stapelt nieuwe pijn
onontkoombaar

het bed een mestvaalt
afval van waken en dromen
nooit valt iets omhoog

het bed een haven
enige wijkplaats tijdens
wervelstormen

het bed de wereld
leven binnen handbereik
weinig is genoeg

donderdag 1 januari 2015

nieuw


*


*
vandaag

vind nu de kansen voor een nieuw begin
ruk taarten aan, geef zoenen, geef jezelf
strooi bloemen, wees niet gierig met je liefde
spaar niet je tranen, ruil ze voor een lach

beleef de tijd zoals ze zich ontwikkelt
evenveel kansen als er dagen zijn
ook onder steen is leven, onder water
leef elke dag, het kan zolang het kan

*

"Niets is meer waard dan de dag van vandaag"
J.W. van Goethe

*




woensdag 31 december 2014

oud

een kleinigheidje om het oude jaar vreugdevol af te ronden

*

*
ijs

waren het de
gevulde chocoladebonbons
uit Antwerpen
zacht wit-schuimend of overvol echte likeur?

bij nader inzien 
was het toch die roos, die rode
op kerstavond
zonder afzender

die het eerste wak smolt
in mijn ijskorst


*


zondag 7 december 2014

ik ken mijn plaats

 *

*
‘Wassen doet u voor het grootste deel zelf? Dat heb ik tenminste gelezen.’
‘Dat klopt.’
‘Daar moet ik wel aan wennen hoor. ‘
‘Hoezo?’
‘Tot vorige week heb ik gewerkt bij mensen die voor alles hulp nodig hebben. Die zich steeds vergissen. Niet meer weten waarvoor je een washandje gebruikt. Ze vergeten dat hun kleren in de kast hangen. Vergeten dat ze hun pyjama aan hebben om naar bed te gaan en niet omdat ze er net uitkomen.’
‘Vermoeiend en verwarrend.’
‘Voor zo iemand zelf én voor mij.’

‘Dus dit is nieuw voor jou, werken in de revalidatie?’...
‘Precies. Het moeilijkst vind ik: wat u zelf kunt MAG ik niet eens doen. De bedoeling is dat u zelfstandig, zelfredzaam, weer naar huis gaat. Revalideren. Uitvinden wat u nog wél zelf kunt. Eigen mogelijkheden uitbuiten. Dat is hard werken voor u!’
‘En qua werk een hele verandering voor jou.’
‘Precies, ik doe nog steeds automatisch teveel! Maar daar heb ik een oplossing voor.’
‘Vertel, je maakt me nieuwsgierig.’

‘Kijk, hier is alles wat u nodig heeft. Warm water, washandje en handdoek. Gaat uw gang. Intussen ken ik mijn plaats.’
Met een sprongetje belandt ze op de vensterbank, handen in de zakken. Haar witte jasschort en zwarte krullen steken helder af tegen de verkleurende bosrand buiten en de boeketten rozen binnen.
‘Kijk, ik ken mijn plaats. Doe uw best.’
Soms zijn ze streng hoor, de plegen. 

Maar zo wil ik het ook. “Zèf-toen” en “Kan ikke zéllef”  waren, volgens overlevering, mijn eerste zinnetjes.

*

zaterdag 22 november 2014

slak slak

een slak, twee teksten
met een knipoog naar mijn kinderverhalen over een slak, die in een la liggen te wachten op deel drie en afronding

*

*
"De slak is even goed toegerust 
om haar vracht tot het eindpunt te dragen 
als de valk"

Ivanhoe, Sir Walter Scott, 1819

*

Van Marlies die (letterlijk) iedere dag
een kaart voor me maakt met daarop een eigen limerick
of een leensel van een andere dichter
ontving ik deze:


OP EEN SLAK

Was enerzijds een slak te Londen
Wel heel sterk aan zijn huis gebonden
Het dier had anderzijds een drang
Naar whisky, vrouwvolk en gezang.
Die drang nu dreef hem steeds bijtijds
Van enerzijds naar anderzijds

TRIJNTJE FOP



zaterdag 15 november 2014

De mier




*

Eentonig zal deze geschiedenis zijn. Eentonig als het verhaal van de mier die haar winterrantsoen tegen een kluit aarde moet opslepen 
als tegen een berg die ze moet bedwingen op weg naar de voorraadschuur. Telkens valt ze met haar vracht omlaag om telkens weer omhoog te klauteren.
Tussen haar en de bergtop moet ze een afgrond trotseren, een duizelingwekkende diepte die duizend mieren nog niet zouden kunnen vullen. Daartoe moet zij, die al nauwelijks kracht heeft  om haar last in het laagland voort te slepen een vracht meetorsen die vele malen zwaarder is dan haar eigen lijf.

Ze moet het evenwicht bewaren als ze overeind komt met haar vracht tussen haar voorpoten. Ze moet zich op de berg naast het ravijn in alle mogelijke bochten wringen. Ze wankelt, waggelt, schrikt, probeert zich vast te houden aan een half ontwortelde boomstam, klampt zich vast aan de boom die met zijn kruin naar de diepte wijst.Ze mist de steun die ze zoekt, de boom buigt mee, de grasspriet is niet sterk genoeg.

Ach, daar valt ze in de diepte met haar vracht. Dan is zij een ogenblik stil, wel een seconde, wat lang is in het leven van een mier.Zou ze verdoofd zijn door de pijn, of geeft ze diep bedroefd toe dat haar inspanningen vergeefs zijn geweest?
Nee, ze geeft de moed niet op. Opnieuw grijpt ze haar vracht en weer sleept ze deze naar boven om straks nog eens en nog eens in de diepte te vallen.


*
Inleiding voorafgaand aan het  ontroerende, beroemde verhaal over Saïdja en Adinda uit



vrijdag 24 oktober 2014

lapwerk



*

leven is lapwerk

gescheurd versteld gerafeld

uitgehaald

*
opnieuw begonnen

opnieuw begonnen

opnieuw

*
lapwerk

leefwerk

levenswerk

*
uniek

*



in de herhaling van vorig jaar, 
op verzoek en ook omdat het zo toepasselijk is, 

zondag 19 oktober 2014

tover



*

tover

verlegen zachtgroen
lichtgroen
sapgroen
donkergroen
stoffig groen
groen met gele randjes

kleurenpalet van de toverhazelaar
"Kom", lokt ze,
"voel mijn goud, ruik de herfst."

slechts kamerlengte en stoepbreedte
scheiden ons

voor de tweede keer zie ik
liggend
haar vergelen

*

eer het geel
bruindoorschoten
bruin
dor
afvalt
zal ik weggaan

vanuit de hoogte neerzien
niet op haar want straten te ver

*

Is ze kaal met gouden honingpruikjes
verlegen zachtgroen
of stoffig
wanneer ik terugkom?

Zal ik haar ruiken
haar blad kunnen strelen?




*


groot nieuws





*

Het vorige blogbericht is gedateerd 21-19-2013. 
Vandaag, 19-10-2014, ga ik verder met nieuwe berichten en gedichten.. 

Ik wens iedereen evenveel plezier bij het lezen als ik beleef aan het schrijven.



*


odicht.

woensdag 4 december 2013

Klok 27-12- 2015

2013, november

Ik schreef deze column

*
Over ruim tien jaar viert ze haar eeuwfeest, onze huiskamerklok in Amsterdamse-School ontwerp. Hoekig, de kast puur eiken, een messing wijzerplaat met cijfers in afgewogen verhoudingen. Haar bescheiden klank komt overdag niet boven de omgevingsgeluiden uit. Maar de nachtelijke uren knipt ze muzikaal in draaglijke porties. Hoewel haar sonore klank na een grondige schoonmaakbeurt iets te helder is geworden.

Eigenwijze tijdwijzer, constant uit de pas: ze loopt langzamer dan de satelliettijd. Elke dag schenkt ze de uren een extra minuut. Zevenenzestig minuten is het maximum, daarna gaat ze onverbiddelijk in staking. Dan kan alleen de opwindsleutel de tijd redden.
Problemen geeft dat niet, zolang *eigen tijd* voorrang mag hebben. Maar soms is *afgemeten tijd* noodzakelijk, bijvoorbeeld bij het halen van een trein. 
(Hoewel reizigers daar altijd meer rekening mee dienen te houden dan de NS voor zichzelf noodzakelijk vindt.)

Voor de begrippen *eigen tijd* en *afgemeten tijd* zie Joke H. Hermsen 'Windstilte van de ziel' en 'Stil de tijd.'

*

Waar ligt de prioriteit? Tijd verstrijkt evengoed, in min of meer meetbare porties. Met mij gaat ze meestal aan de haal, ze loopt mij kilometers vooruit. Tijd bijhouden, laat staan inhalen, ik ben daar niet goed in. En nu al helemaal niet, de tijd wint het van mij.

Zo kom ik onverhoeds terecht in een horizontaal leven. Vanuit bed kan ik de klok niet zien, tijd wordt een rekbaar begrip. 
Zo kan het gebeuren dat ineens de huisarts naast mijn bed zit met het aanbod van me een gratis 'vakantie.' In revalidatiecentrum of verpleeghuis. Iets waarop ik niet heb gerekend en waar ik absoluut niet naar uitzie. Gelukkig heb ik goede tegenargumenten.
Deze keer win ik: in één klap haal ik de tijd in.

Thuis blijven betekent: eigen tijd, Amsterdamse-School-kloktijd. Niet perfect maar wel het best haalbare. Deze klok tikt thuis de diepe waarheid van een oud spreekwoord.

***

2014, november 

Ik schreef:

*
In oktober verergerden de klachten zodanig dat huisarts, fysiotherapeut, revalidatiearts, neuroloog én ikzelf ten einde raad waren.
Revalideren buitenshuis bleef de enige optie, maximaal een half jaar. Gelukkig kon dat dichtbij huis, op loopafstand. Sociale contacten gingen gewoon door of kwamen tijdelijk op een laag pitje.

De tijd tikte onverbiddelijk haar eigenwijze gang, zonder mooie klok, wel in samenwerking met mijn lastig lijf. Twee maanden lichte vooruitgang vetanderde in stilstand. Al snel bleek verdere achteruitgang onontkoombaar. 
Nieuwe mogelijkheden moesten onderzocht, hoe en waar kon ik verder?

Terug naar huis? Bouwtechnisch gezien bleken noodzakelijke aanpassingen onmogelijk, rusttijden niet haalbaar in het te gehorige huis. 
Vierentwintig uurs verpleging was vrijwel niet te regelen,  dus toch...

De tijd en mijn lastig lijf hadden deze keer gewonnen. Maar zelf maakte ik de bewuste keus: ik blijf in het verpleeghuis, niet als tijdelijke gast maar als bewoner. Verpleging 24/7,  rust gegarandeerd, eigen kamer, toegewijde verplegenden en verzorgenden. Artsen bij de hand, overleg mogelijk.
Dat overleg bleek, en blijft, hard nodig. Ik verhuisde naar mijn huidige kamer. Met de nu klankloze digitale tijd op mijn Ikea-klok, ventilator,  telefoon en iPad

*** 

2015, december

*

Ik leef in mijn laatste onderkomen, woon- slaap- en hoogstwaarschijnlijk ook sterfkamer. Met uitzicht op het stukje aarde dat mij de laatste twintig jaren dierbaar is geworden. De akkers en bossen waar ik ontelbare voetstappen en kilometers rolstoel - rijtrajecten heb achtergelaten. 

*

Tijd speelt nu een andere rol. We houden gelijke tred. Winst en verlies zijn niet meer relevant. Nu gaat het om kwali-tijd, 'quality time' om een platitude te gebruiken.
Elke dag is waardevol, elk uur,  iedere minuut en vooral: iedere mens die ik mag begroeten, ontmoeten (ook virtueel) voegt veel toe.
Mijn geliefden en dierbaren voorop. 

Hoe lang gaan we nog samen, mijn tijd en ik? Ook dat is niet meer relevant. Het is in elk geval eigen tijd.